Levenssporen, door Sanne Spil
“Het leven is een leerschool en leren doe je niet alleen uit boeken”
“Levenssporen” is een metafoor voor de zichtbare én onzichtbare sporen die ervaringen in een mensenleven achterlaten. Het verwijst naar de manier waarop belangrijke gebeurtenissen, ontmoetingen, keuzes en leerervaringen niet beperkt blijven tot het moment zelf, maar doorwerken in hoe iemand denkt, voelt, handelt en zich verhoudt tot de wereld.
Op 31 mei bestond de Vrije Hogeschool maar liefst 55 jaar. Ter gelegenheid daarvan ging ik in gesprek met 16 oud-deelnemers en docenten uit verschillende leerjaren, van 1979 tot 2026. Ik bevroeg hen naar de belangrijkste ervaring uit hun tijd bij de Vrije Hogeschool en onderzocht hoe deze ervaring doorwerkt in hun huidige leven.
Er vonden 16 gesprekken plaats, ieder met een eigen verhaal en thema. Vanuit deze unieke verhalen zijn vijf grote thema’s naar voren gekomen: jezelf worden, ruimte krijgen, verbinding ervaren, betekenis vinden en doorwerken en doorgeven.
Wat opvalt, is de wisselwerking tussen deze thema’s. In de vrije ruimte kan experiment plaatsvinden. Door te experimenteren, kun je jezelf leren kennen. Wie zichzelf kent, kan zich verbinden met zichzelf en daarmee ook met de ander. Door verbinding te ervaren, kun je je eigen richting bepalen, wat betekenisgevend kan zijn. Door verantwoordelijkheid te nemen voor je eigen ontwikkeling, kun je deze verder ontwikkelen en doorgeven aan de ander of aan de wereld.
Aan de hand van deze vijf thema’s bespreek ik hieronder de verschillende levenssporen.
1. JEzelf worden
Op de Vrije Hogeschool (VH) begint ontwikkeling bij de ruimte om jezelf te mogen zijn. Verschillende oud-deelnemers vertellen hoe bijzonder het was om ergens binnen te komen waar ze niet eerst hoefden te voldoen aan een bepaald beeld. Ze mochten er zijn met hun eigenaardigheden, onzekerheden, vragen en verlangens.
Bart verwoordt het als volgt:
“Op de VH word je gezien wie je bent – door de docenten en door de andere deelnemers. Wanneer ik op de VH rondloop, is het een diep gevoel – ook zwaar – en heel wezenlijk. Ik heb ook geleerd om mezelf te mogen zien, wie ik werkelijk ben.”
Juist doordat ze zich gezien en geaccepteerd voelden, ontstond de ruimte om zichzelf beter te leren kennen. De Vrije Hogeschool werd daarmee voor velen een plek van zelfontdekking. Wie ben ik? Wat vind ik belangrijk? Wat heb ik nodig? Welke keuzes passen bij mij?
Het gaat niet alleen om het ontdekken van een identiteit, maar ook om het ontwikkelen van het vermogen om zelf richting te geven aan het eigen leven. Iemand beschrijft het als het vinden van “je eigen spoor”: leren kijken naar je eigen pad, er reflectief naar kijken en steeds meer zelfsturend en vrij worden.
Dat proces verloopt niet rechtlijnig. De verhalen laten zien dat jezelf worden een levenslang proces is van zoeken, vallen, opstaan, bijstellen en opnieuw kiezen. Soms duurt het jaren voordat een zaadje dat op de Vrije Hogeschool is geplant tot bloei komt, zoals in het volgende citaat van Brenda naar voren komt:
“Pas 37 jaar later realiseer ik me dat er op de Vrije Hogeschool een zaadje is gepland. Toen ik op Texel kwam bij het paviljoen, zeiden mijn vriend en ik: dit gaan we doen. Ik heb mijn plek gevonden!”
2. RUIMTE KRIJGEN
Om zaadjes te laten groeien, is ruimte nodig. Ruimte is een van de meest concrete én betekenisvolle ervaringen in de verhalen. Ruimte om jezelf te zijn, om vragen te stellen, om te experimenteren, om fouten te maken en om dingen te doen waarvan je vooraf niet weet of je ze kunt.
Die ruimte is niet vrijblijvend. Juist omdat er ruimte wordt gegeven, wordt er ook iets van de deelnemer gevraagd. Durf te vragen. Neem ruimte in. Ga naar buiten. Stap op het podium. Organiseer iets. Spreek iemand aan die je bewondert. Onderzoek een vraag die voor jou werkelijk betekenis heeft.
Opvallend is dat deze ervaring later in het leven blijft doorwerken. Een oud-deelnemer die leerde dat je gewoon mag vragen, gebruikt diezelfde houding jaren later wanneer zij voor een podcast interessante mensen wil uitnodigen.
Bij Manon werkte het als volgt door:
“Ik gun wel iedereen de ruimte die je op de VH krijgt. Echt ergens voor gaan staan en iets maken of mogelijk maken. Daar heb je bewustzijn voor nodig. Dat doe ik nog steeds; ik breng graag mensen bij elkaar en verbind ze op het niveau van het hart.”
Een ander neemt de vrije ruimte mee naar het onderwijs en probeert jongeren zelf vragen te laten formuleren en onderzoeken. Vrije ruimte wordt zo een pedagogische kracht. Het is de ruimte waarin iemand kan ontdekken: ik mag proberen, ik mag vragen, ik mag kiezen en ik mag iets in beweging zetten.
Een oud-docent verwoordt ruimte geven zelfs als de uitdaging van het hele onderwijssysteem. Hij vindt dat we jonge mensen hun eigen vragen moeten laten onderzoeken die voor hen relevant zijn. Op die manier creëer je echte intrinsieke motivatie.
3. VERBINDING ERVAREN
Een aantal van de meest dierbare herinneringen gaat over andere mensen. De ontmoeting staat aan het begin van veel verhalen en verbinding vormt vaak de kern van wat mensen bijblijft. Vriendschappen, liefdes, groepsgesprekken, samen eten, samenwerken en persoonlijke gesprekken worden herinnerd als momenten waarop iets wezenlijks ontstond.
Die verbinding gaat verder dan gezelligheid. Mensen beschrijven hoe ze op de Vrije Hogeschool werkelijk gezien werden en hoe ze daardoor ook leerden om anderen werkelijk te zien. Je hoeft elkaar niet altijd hetzelfde te vinden of dezelfde achtergrond te hebben. Het gaat erom dat je je bij elkaar op je gemak voelt, persoonlijke dingen kunt delen en elkaar waardeert.
Het samen eten is daar een mooi voorbeeld van. Sep beschrijft het samen eten als volgt:
“Dit warme gevoel van vroeger, dat samen, iedereen neemt zijn of haar deel mee. Thuiskomen met elkaar.”
Een eenvoudige maaltijd wordt een moment van rust, samenzijn en thuiskomen.
De gemeenschap die op de VH ontstaat, blijkt bovendien duurzaam. Velen hebben jaren later nog steeds contact met jaargenoten van vroeger. De verbinding vormt daarmee niet alleen een herinnering aan het verleden, maar een netwerk dat door het leven heen blijft bestaan.
Dominique noemt de verbinding met de mensen die ze heeft leren kennen “de basis van betekenis”.
4. BETEKENIS VINDEN
Een van de redenen om bij de Vrije Hogeschool te starten, was voor oud-deelnemers om beter te begrijpen hoe zij zich tot zichzelf, andere mensen en de wereld verhouden. De Vrije Hogeschool bood daarvoor verschillende ingangen: filosofie, antroposofie, kunst, creativiteit, gesprekken, projecten en rituelen.
Het ging niet alleen om kennis opdoen, maar om vragen die verbonden waren met het eigen leven. Wat is een goed leven? Wat betekent het om mens te zijn? Waar wil ik heen? Wat wil ik bijdragen? Hoe verhoud ik mijn binnenwereld tot de buitenwereld?
Voor sommigen kreeg dit een spirituele betekenis. Voor anderen werd het zichtbaar in hun werk, hun relaties, hun ouderschap of de manier waarop ze naar de wereld kijken.
Voor Jules werd het concreet in zijn werk. Hij kwam van het vwo en werd, geïnspireerd door creativiteit en het werken met de handen, gegrepen door het idee om naar de meubelvakschool te gaan.
Ook kleine rituelen kunnen betekenis dragen: een gezamenlijk begin van de dag, een moment markeren, samen stilstaan bij iets bijzonders. Betekenis ontstaat daarmee niet alleen in grote levensvragen. De Vrije Hogeschool lijkt mensen vooral te leren om aandacht te hebben voor wat betekenisvol is en daar bewust vorm aan te geven. Het gewone leven kan daardoor meer zin krijgen.
Elleke heeft bijvoorbeeld nog steeds posters ingelijst in haar woonkamer staan:
“We hadden posters gemaakt met: Dromen kun je niet leren – wel durven om ze waar te maken. Die posters staan nog steeds ingelijst in mijn woonkamer en zijn mijn levensmotto”
5. DOORWERKEN EN DOORGEVEN
Misschien wel het meest opvallende patroon in de verhalen is dat de Vrije Hogeschool niet eindigt wanneer de school verlaten wordt. De ervaring werkt door in keuzes, relaties, werk, ouderschap en de manier waarop mensen naar de wereld kijken.
Soms gebeurt dat heel bewust. Oud-deelnemers zeggen dat ze de lessen van de Vrije Hogeschool of de impuls van Bernard Lievegoed nog steeds proberen door te geven.
Maarten kreeg les van Bernard Lievegoed en heeft zich zijn leven lang proberen te ontwikkelen. Hij heeft het over een gereedschapskist die hem is aangereikt:
“Ik denk nog vaak: wat zou Lievegoed nu zeggen? Twee dingen: maak een beroep of pas een beroep aan. Maar blijf creatief in je werkveld. Je hoeft niet de wereld te veroveren.”
Anderen herkennen pas veel later hoe sterk een ervaring uit dat ene jaar hun leven heeft beïnvloed. Een zaadje kan tientallen jaren onder de oppervlakte blijven voordat iemand op zijn plek komt en ineens merkt: dit is waar het ooit begonnen is.
Doorgeven krijgt verschillende vormen. Iemand gaat jongeren begeleiden. Een ander kiest voor het onderwijs. Weer iemand brengt mensen bij elkaar, organiseert gesprekken of probeert anderen te helpen hun eigen spoor te vinden.
Wat iemand zelf ontvangen heeft, wordt onderdeel van wat hij of zij aan anderen wil meegeven. Daarmee ontstaat een beweging van generatie op generatie: je wordt gezien, krijgt ruimte, ontdekt jezelf, vindt verbinding en betekenis – en vervolgens geef je iets daarvan door.
De Vrije Hogeschool is in die zin niet alleen een plek waar mensen een vormende periode meemaken, maar een impuls die via mensen verder de wereld in gaat.
Zoals oud-docent Josien het stelt:
“Ik ben wel letterlijk vertrokken, maar nooit echt vertrokken uit de Vrije Hogeschool. Ik ben een representant van de VH waar ik ook ben ter wereld.”
Met dank aan alle fijne mensen die ik gesproken heb: Elleke, Rudolf, Josien, Maarten, Bart, Sep, Hugo, Jules, Brenda, Manon, Benthe, Wytze, Dominique, Maarten-Jan, Tineke en Jan.
